«

»

Uitgangspunten NVCG voor het Kwaliteitskader Cosmetische Geneeskunde

Uitgangspunten NVCG voor het Kwaliteitskader Cosmetische Geneeskunde

 

Cosmetische geneeskunde steeds meer ingeburgerd

 

De cosmetische geneeskunde in Nederland is van hoog niveau en in ontwikkeling. De cosmetisch arts voorziet in een groeiende vraag van patiënten. De afgelopen jaren is de vraag naar cosmetische behandelingen met circa 10% per jaar gestegen. Uit recente cijfers van de NVCG blijkt bovendien dat bijna 20% van de patiënten inmiddels man is. Tegelijkertijd weet ook een steeds jongere groep patiënten de weg naar cosmetische geneeskunde te vinden. Bijna 23% van de patiënten van onze leden is jonger dan 35 jaar. Daaruit blijkt dat de cosmetische geneeskunde steeds meer is ingeburgerd.

 

Dat brengt ook verantwoordelijkheden met zich mee. In de eerste plaats verantwoordelijkheid voor de beroepsgroep zelf, maar ook als cosmetische sector in zijn geheel. In dat kader heeft de cosmetische sector in samenspraak met het ministerie van VWS bijvoorbeeld de minimum leeftijdsgrens van 18 jaar als norm voor cosmetische ingrepen afgesproken. Daarnaast hebben leden van de NVCG zich verplicht om complicaties centraal te registeren, en zijn de visitatie-eisen voor hervisitatie en registratie als gecertificeerd cosmetisch arts bij de NVCG aangescherpt, zodat zeker is dat onze leden voldoen aan de hoge kwaliteitseisen.

 

Elke dag zetten onze leden zich in om de beste zorg aan hun patiënten te bieden. Als NVCG-bestuur zetten wij ons in om de randvoorwaarden waarbinnen die zorg wordt geleverd te optimaliseren en nog beter te laten aansluiten op de ontwikkelingen. Dat doen wij onder andere door samen met het veld en het Zorginstituut Nederland (ZINL) een breed gedragen kwaliteitskader voor de Cosmetische Geneeskunde te ontwikkelen. Een landelijk erkende opleiding en titelbescherming voor de cosmetisch artsen is een goede basis voor dit kwaliteitskader, omdat het duidelijkheid schept in de expertise van de cosmetisch arts. Bovendien wordt het met name voor de patiënt helder wordt wie zich met recht cosmetisch arts mag noemen.

 

Bij het optuigen van een eenduidig kwaliteitskader voor de cosmetische sector zijn voor de NVCG een aantal uitgangspunten leidend, waarvan enkele in dit artikel worden toegelicht.

 

Noodzaak voor eenduidig kwaliteitskader

Op dit moment ontbreekt het aan een eenduidig kwaliteitskader en is het voor de patiënt onduidelijk welke arts bevoegd en bekwaam is als cosmetisch arts. De bestaande specialismen dekken dit werkveld onvoldoende, terwijl de vraag vanuit de patiënt toeneemt.  Daarmee groeit de noodzaak om een eenduidig kwaliteitskader voor cosmetische geneeskunde te ontwikkelen en om cosmetisch artsen met een landelijk erkende opleiding binnen de cosmetische geneeskunde te kunnen onderscheiden. De cosmetisch arts is als enige van alle medische disciplines 100% gespecialiseerd in medisch cosmetische verrichtingen met focus op filler- en botulinetoxine behandelingen, op toepassingen van laser, licht en energy based devices voor huid- en contourverbetering en op cosmetische dermatologie.

 

Niet voor niets heeft toenmalig minister Schippers in 2014 een subsidie verleend aan de Nederlandse Stichting Esthetische Geneeskunde (NSEG) – een sectorbreed samenwerkingsverband tussen medisch specialisten en artsen actief in de cosmetische geneeskunde (opgericht door de NVCG, NVKNO, NVDV, NVMKA, NOG, NVVCC en NVPC) – om multidisciplinaire richtlijnen en normen voor de cosmetische geneeskunde op te stellen. De afgelopen jaren hebben wij, ondanks het uittreden van de NVPC uit de NSEG, gezamenlijk grote voortgang geboekt. Zo zijn de leeftijds- en reclamenormen opgeleverd en zijn er binnen het samenwerkingsverband van de NSEG grote stappen gemaakt met de voorbereiding van een eenduidig discipline-overstijgend kwaliteitskader.  Voor het opstellen van het kwaliteitskader staat wat de NVCG betreft het conceptvoorstel ten aanzien van de eisen van bekwaamheid voor medisch cosmetische verrichtingen centraal. Tegelijkertijd heeft de NVCG met steun van de overheid, en in samenwerking met de NSEG, een 2-jarige opleiding ontwikkeld voor artsen die zich willen specialiseren tot erkend cosmetisch arts. De opleiding gaat inmiddels al haar 4de jaar in. Conform het verzoek van minister Schippers destijds is deze opleiding modulair opgebouwd, waardoor ook andere artsen en medisch specialisten één of meerdere modules kunnen volgen als aanvulling op hun eigen specialisme. Zo blijken in de praktijk de modules ‘injectables’, ‘cosmetische dermatologie’ en ‘laser, licht en energy based devices’ reeds erg populair. Tegelijkertijd voert de NVCG sinds enkele jaren het beleid dat cosmetisch artsen die al actief waren nog voor de opleiding bestond, ook aan de nieuwe eisen moeten voldoen willen zij lid mogen zijn van de NVCG.

 

Op dit moment loopt de procedure voor erkenning van cosmetisch artsen als profielspecialisme bij het KNMG College Geneeskundige Specialismen (CGS). Hierin staat het opleidingsplan voor cosmetisch artsen centraal, en worden aanpassingen doorgevoerd in nauwe samenspraak met de commissieleden, vertegenwoordigers vanuit de aanpalende specialismen, en het CGS. In dit proces wordt vooruitgang geboekt, maar het blijft zaak om van een medisch inhoudelijke afbakening van het expertisegebied van de cosmetisch arts geen ordinaire eilandjesdiscussie te maken.

 

Als bestuur van de NVCG verwachten wij begin volgend jaar een opleidingsplan aan de KNMG aan te kunnen bieden dat aansluit op de specifieke expertise van onze leden, recht doet aan de huidige praktijk van onze leden én breed draagvlak heeft bij aanpalende beroepsgroepen. Daarmee is uiteindelijk de patiënt het meest gediend.

 

Ondanks de inspanningen van de NSEG is er nog steeds geen multidisciplinair kwaliteitskader met brede steun van alle artsen en medisch specialisten werkzaam in de cosmetische sector. Het een en ander ligt politiek gevoelig en discussies vernauwen zich vaak tot een domeinstrijd, de medische wereld helaas niet onbekend. Een gemiste kans omdat elk specialisme zijn eigen specifieke kernexpertises heeft, en de raakvlakken van deze medische vakgebieden bij uitstek goede kansen bieden voor samenwerking en innovatie.

 

Omdat het recht op goede zorg voor de patiënt in het geding is, heeft het ministerie van VWS besloten het Zorginstituut Nederland (ZINL) nu te belasten met de opdracht om een kwaliteitskader voor de cosmetische geneeskunde te ontwikkelen. Bij uitblijven van consensus kan het ZINL zo nodig gebruik maken van haar doorzettingsmacht. De NVCG heeft samen met vele andere zorgpartijen aangegeven de totstandkoming van een discipline-overstijgend kwaliteitskader onder regie van het ZINL van harte te ondersteunen en hier een actieve bijdrage aan te willen leveren. Uiteindelijk zijn alle belanghebbende partijen hierbij gebaat.

 

Uitgangspunten voor een eenduidig kwaliteitskader

 

Voor de NVCG is het huidige wetgevende kader, de door de NSEG ontwikkelde normen en richtlijnen, alsook de opleiding tot cosmetisch arts, richtinggevend voor de totstandkoming van het kwaliteitskader. Daarmee maken wij ons hard voor een Kwaliteitskader Cosmetische Geneeskunde dat recht doet aan de huidige wetgeving én praktijk waarbij artsen en medisch specialisten bij aantoonbare bekwaamheid bevoegd zijn om de diverse medisch cosmetische verrichtingen uit te voeren. Concreet houdt dit verder in:

 

  1. Dat het wetgevend kader (o.a. Wet BIG) ten aanzien van de bevoegdheid van artsen om medisch voorbehouden handelingen uit te mogen voeren leidend is. De zinsnede ‘bevoegd mits bekwaam’ is aan de ene kant een logisch uitgangspunt, en maakt tegelijkertijd veel discussie los. Wanneer is een arts bekwaam voor de diverse medisch cosmetische verrichtingen? Opleiding en scholing zijn hierbij een belangrijk uitgangspunt. Als de betreffende verrichtingen onderdeel uitmaken van de/een (vervolg)opleiding ligt bekwaamheid meer voor de hand. Nascholing en bijscholing zal in dit verband ook een rol kunnen spelen, alsmede training en scholing op basis van het meester-gezel principe. Om bekwaamheid te behouden is ervaring, het aantal verrichtingen op jaarbasis en na- en bijscholing van belang.
  2. Dat er duidelijkheid moet komen over welke artsen chirurgie mogen bedrijven. Zoals voor alle medisch voorbehouden handelingen geldt ook hier het uitgangspunt ‘bevoegd mits bekwaam’. Uiteraard ligt voor de hand dat alle artsen opgeleid en werkzaam in een chirurgische discipline deze bekwaamheid zullen hebben. Dat doet overigens niets af aan het feit dat ook zij deze bekwaamheid (en dus ook de bevoegdheid) kunnen verliezen, bijvoorbeeld vanwege onvoldoende verrichtingen, nascholing, e.d.. Ook is denkbaar dat niet-chirurgische medisch specialismen zich gaandeweg bekwamen in chirurgische vaardigheden. Zo is bijvoorbeeld de medisch specialistische opleiding dermatologie géén chirurgisch specialisme, maar niet weg te denken als erkende partij voor chirurgische ingrepen (zoals bijvoorbeeld: Mohs chirurgie, liposuctie en lipofilling). Eveneens geldt dat een plastisch chirurg, die niet opgeleid is in injectable behandelingen, zich daarin bekwaamd kan hebben. En dat bijvoorbeeld huisartsen en cosmetisch artsen zich bekwaamd kunnen hebben in het verrichten van ooglidcorrecties. In het algemeen geldt dat de chirurgische disciplines zich in de dagelijkse praktijk met name richten op chirurgische behandelingen, en een cosmetisch arts op niet-chirurgische of weinig invasieve verrichtingen. Uiteraard zijn er raakvlakken zoals bij alle medische disciplines.
  3. Dat de discussie of cosmetisch artsen alleen non-invasieve ingrepen zouden mogen uitvoeren bemoeilijkt wordt door onduidelijkheid over het onderscheid tussen non-invasieve en invasieve ingrepen. Injectable behandelingen zijn per definitie invasief. Soms wordt dit echter

licht-invasief of weinig-invasief genoemd. De vraag is in hoeverre dat verdedigbaar is. Er wordt immers bij fillerbehandelingen veelal met canules en naalden gewerkt, waarbij de huid en de weke delen doorboord worden, er in diverse lagen in en onder de huid wordt gewerkt, en ‘tunneltechnieken’ worden gebruikt om een groter gebied te kunnen bereiken. Dit zijn (weinig?) invasieve technieken, niet geheel zonder risico, die dagelijks door cosmetisch artsen toegepast worden. Nooit zal echter de discussie gevoerd worden of de injectables tot het werkterrein van de cosmetisch artsen behoort. Dezelfde discussie kan gevoerd worden t.a.v. behandelingen voor huid- en contourverbetering middels laser-, licht en energy based devices. Van deze zeer geavanceerde technieken maakt de cosmetisch arts gebruik om middels verhitting van specifieke huidlagen en weke delen het beoogde cosmetisch resultaat te behalen.

  1. Dat de NVCG van mening is dat, gezien het feit dat de cosmetisch arts zich vooral richt op behandelingen met een relatief laag medisch risico en doorgaans in een kleinere praktijk werkzaam is, niet één op één dezelfde richtlijnen voor veilige zorg kunnen gelden zoals die voor ziekenhuizen van toepassing zijn.
  2. Dat alle cosmetisch artsen die lid zijn van de NVCG zich onderwerpen aan strenge eisen zoals: nascholing, visitatie, en het naleven van regelgeving, richtlijnen en normen t.a.v. hygiëne- en infectiepreventie en kwaliteit van zorg.
  3. Dat de NVCG pleit voor brede steun bij de ontwikkeling van veldnormen en standaarden die als leidraad dienen t.a.v. de kwaliteit en veiligheid van de betreffende medisch cosmetische verrichtingen. Helaas zien we nu te vaak dat een door één of enkele medische disciplines gezamenlijk opgestelde veldnorm gebruikt wordt om ‘aan te tonen’ dat andere partijen niet voldoen. Deze wijze van politiek bedrijven bevordert de domeinstrijd en gaat tegen het belang van de patiënt in. Een bekend voorbeeld hiervan is de publicatie van de Europese richtlijnen voor chirurgische en niet-chirurgische cosmetische verrichtingen, die in Nederland enkel de steun had van de NVPC en door de NVDV, NVMKA, NVCG, NVVCC en NSEG werd afgewezen.
  4. Dat na erkenning van het KNMG profiel ‘cosmetisch arts’ alleen artsen die de 2-jarige opleiding tot cosmetisch arts hebben afgerond, en de reeds gecertificeerde cosmetisch artsen bij de NVCG de alsdan beschermde titel ‘cosmetisch arts’ kunnen voeren. Daarnaast is een tijdelijke overgangsregeling denkbaar voor andere artsen die in dit vakgebied aantoonbaar bekwaam zijn als cosmetisch arts.

 

Op 18 september 2017 hebben wij het Zorginstituut op de hoogte gesteld van onze visie op het Kwaliteitskader Cosmetische Geneeskunde. Op basis van input van alle betrokken partijen wordt in de komende maanden een raamwerk voor het kwaliteitskader opgesteld. Als bestuur zetten wij ons in om er voor te zorgen dat dit voldoet aan het waarborgen van kwaliteit en veiligheid van de zorg voor de patiënt én recht doet aan de expertise die u dagelijks toont in uw werk. Wij houden u op de hoogte.

 

Bestuur NVCG

 

Dr. Catharina Meijer, voorzitter

Drs. Jani van Loghem, vice-voorzitter

Drs. Pascal Meijer, secretaris

Drs. Sindy Plinsinga, penningmeester